Anesthesie

/officity:libitem/2858/Anesthesie-generale-retravaillee2.jpg


De anesthesiedienst wordt geleid door Dr Jean-Pierre Bomblet die op iedere campus wordt bijgestaan door een verantwoordelijke.

De anesthesisten assisteren ondermeer bij de 27.000 ingrepen die jaarlijks worden uitgevoerd op onze campussen en verzekeren de preoperatieve raadplegingen.

De anesthesie omvat verscheidene technieken die . pijn bij heelkundige, verloskundige en medische (radiologische onderzoeken, endoscopieën) handelingen volledig wegneemt of aanzienlijk verzacht

Anesthesie kunnen we in twee grote lijnen omschrijven:

  1. Algemene anesthesie

    Deze techniek laat toe om het bewustzijn weg te nemen (narcose), de pijn te doen verdwijnen (analgesie) en, indien noodzakelijk voor het type van ingreep, de spieren te verslappen (curarisatie).
    Narcose, analgesie en curarisatie hebben elk hun specifieke intraveneuze medicatie. De halogeengassen, al dan niet gebruikt in combinatie met de intraveneuze substanties, zorgen eveneens voor een algemene verdoving. Vaak is een intubatie nodig om de patiënt te beademen, want de meeste gebruikte drugs zorgen ervoor dat de spontane ademhaling wegvalt.

  2. Locoregionale anesthesie

    Deze techniek zorgt ervoor dat het gevoel in een gedeelte van het lichaam (een vinger, een hand, een onderarm, een arm, een been, …) verdwijnt door injectie van lokale anesthetica.
    De anesthesist doet momenteel beroep op een neurostimulator of een echograaf om de te blokkeren zenuwbanen op te sporen in functie van het type van ingreep.

    De epidurale verdoving en de spinale anesthesie (ruggenprik) zijn twee bijzondere vormen van locoregionale anesthesie. De epidurale is thans de meest efficiënte methode om pijn tijdens de arbeid van een toekomstige mama weg te nemen of aanzienlijk te verzachten.

In bepaalde gevallen kunnen beide technieken, algemeen en locoregionaal, geassocieerd worden.

Bij al deze methodes is de aanwezigheid van een specialist anesthesist-reanimatiearts vereist. Het is deze laatste die in functie van de toestand van de patiënt, de diverse preoperatieve onderzoeken en het type van ingreep, samen met de patiënt zal beslissen over de meest geschikte techniek die zal worden toegepast. Tevens zal deze arts tijdens de heelkundige of medische handeling de vitale parameters (bloeddruk, hartritme, ademhalingsfrequentie, zuurstofgehalte, bewustzijnsgraad…) voortdurend opvolgen. Dat alles noodzaakt vanzelfsprekend geavanceerde controleapparatuur. Deze arts zorgt er uiteindelijk voor dat de patiënt na de ingreep geen pijn heeft.

De anesthesist is tevens reanimatiearts, omdat hij beroepshalve te maken krijgt met dringende heelkundige handelingen en situaties waarbij ernstige acute of chronische disfuncties het leven van de patiënt in gevaar brengen. De specialiteit anesthesie-reanimatie is eerder recent want pas echt op gang gekomen na de tweede wereldoorlog, en heeft voor een omwenteling gezorgd in het operatiekwartier omdat ze de mogelijkheid beidt om steeds langere en steeds meer invasieve heelkundige handelingen uit te voeren. Nieuwe geneesmiddelen, nieuwe apparatuur, nieuwe technieken (ondermeer hypnose) hebben ervoor gezorgd dat complicaties aanzienlijk beperkt worden en geven de patiënt sneller zijn autonomie weer (dagheelkunde).